De Geul

De Geul is een lange vallei tussen twee duinenrijen ten zuidwesten van de Mokbaai. Vanaf het uitkijkpunt aan de Mokweg heb je een schitterend zicht op De Geulplas, een vogelrijk meertje in het gebied. Ieder jaar, rond eind februari, keren hier de eerste lepelaars terug uit Afrika. Tussen de rietkragen van De Geulplas broeden 's zomers honderden paren. Lepelaars jagen vaak groepsgewijs op stekelbaarsjes en garnalen.

Rond 1920 werd de vallei met een stuifdijk in het zuidoosten van de zee afgesloten. Daarna kon er geen zoetwater meer over de Hors naar zee stromen en werd de vallei steeds natter. Er komen veel bijzondere plantensoorten voor, zoals maanvarentjes en glad biggenkruid. Ook duindoorns vind je er veel. De vrouwelijke planten dragen in het najaar de bekende feloranje zure bessen. Deze worden veel gegeten door trekvogels. In de buurt van duindoorns groeien vaak dichte vlierbosjes en is de bodem begroeid met brandnetels, bitterzoet en bramenstruiken.

Een van de drie Texelse lepelaarskolonies nestelt in De Geul. Na een dieptepunt in de jaren tachtig doen de vogels het nu weer goed op Texel. De dieren zijn herkenbaar door hun opvallende uiterlijk: een prachtig wit verendkleed, lange waadpoten, fraaie kuif en een lepelvormige snavel. De Geul is ook een belangrijk broedgebied voor meeuwen. Vooral zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen maken er hun nest. Ze vinden genoeg voedsel in de landerijen en het omliggende zeegebied en kunnen uitrusten op de zandplaten in de omgeving. In de duinen van De Geul (en de Bollekamer) grazen Schotse hooglanders en Exmoorpony's. Deze houden snelgroeiende planten kort, zodat ook de langzame groeiers een kans krijgen en de vegetatie gevarieerd blijft.

Wat kun je er doen:

  • In het gebied worden heel regelmatig excursies en wandeling georganiseerd. Staatsbosbeheer neemt je mee De Geul in om de lepelaars, meeuwen en aalscholvers van dichtbij te bekijken. Ook de bijzondere vegetatie komt aan bod. In de agenda vind je een actueel overzicht van alle excursies.
  • Je kunt ook zelf wandelen door De Geul. Door het gebieden lopen verschillende paden. Die zijn bewegwijzerd met paaltjes in verschillende kleuren. De kleur geeft aan of je een rondwandeling maakt, op een doorgaande route loopt of op een natuurpad of groene route bent.
  • Er is een uitkijkpunt van waar je goed zicht hebt op de Geulplas, het meertje dat in het gebied ligt. Je ziet de lepelaars, meeuwen en de vele vogelsoorten die zich in de rietkragen rond het water ophouden.

Wat kun je er zien:

Lepelaars, verschillende meeuwensoorten, aalscholvers, diverse zangvogelsoorten, bruine en blauwe kiekendief, kuifduiker, buizerd, orchideeën, beekstaartjesmos, oermos, glad biggenkruid, maanvarentjes, Schotse hooglanders en exmoorspony's.

Nuttig om te weten:

  • Honden mogen niet mee met de georganiseerde excursies door het gebied. Ga je zelf wandelen, houd dan de hond aangelijnd
  • Een verrekijker is handig!

De uitkijkpost De Geul op de kaart: