Het zijn paarse bloemen die in de zomer massaal in de Slufter staan en die je niet mag plukken. Zo kennen de meeste mensen lamsoor. In groentewinkels kun je iets kopen onder de naam “lamsoren”, maar dat zijn de vlezige bladeren van de zeeaster, een andere kwelderplant. De stugge blaadjes van het lamsoor zijn niet te eten.
Lamsoor groeit niet alleen in de Slufter, maar ook op de Schorren, aan de waddendijk en in de Mokbaai. Het is een zoutverdragende plant. Hij kan tegen zout, maar hij houdt er niet van. Overtollig zout scheidt de plant uit aan de onderkant van het blad, dat bij droog weer wit uitslaat en zout smaakt als je er aan likt. Lamsoor hoopt altijd op regen, en heeft een beetje dikke blaadjes ter bescherming tegen al te snelle verdamping. Een tijdelijke overstroming van de kwelder in de zomer is iets wat deze plant zonder schade overleeft. Ook lichte begrazing door schapen is geen probleem. Waar lamsoor niet tegen kan, net als andere kwelderplanten, is grote betreding. Op de druk belopen delen van de Slufter is dat goed te zien.
Lamsoorhoning is fameus, geurig, een beetje zilt en beperkt leverbaar. Ook andere insecten dan bijen kunnen de nectar van deze bloem waarderen, en in de zomer zie je er dan ook veel vlinders en zweefvliegen op.
Kwelders horen bij de Nederlandse natuur, maar ze zijn zeldzaam geworden door inpolderingen, en ze worden bedreigd door zeespiegelstijging en/of bodemdaling. Daarom zijn de Texelse kwelders allemaal natuurgebieden, en twee ervan onderdeel van het Nationaal Park. Het is iets om zuinig op te zijn.