Historie van het landschap
In de laatste ijstijd (80 duizend tot 10 duizend jaar geleden) was het gebied waar nu Texel ligt ijzig koud. De Noordzee lag voor een groot deel droog. Je kon van hier zo naar Engeland lopen! In die tijd is het zand, waaruit later de Texelse duinen zijn ontstaan, hier terechtgekomen.
Vanaf zo’n 10.000 jaar geleden werd het klimaat warmer. De zeespiegel steeg en de Noordzee liep vol. De golven wierpen grote zandbanken op. Deze zandbanken werden zo hoog dat ze na verloop van tijd boven zeeniveau uitstaken. Ze raakten begroeid met planten die nog meer zand vast hielden; zo ontstonden er duinen. Deze duinen groeiden aan elkaar vast en vormden een beschermende wal tegen de zee. Op Texel zaten de duinen vast aan een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd, die daar al 150.000 jaar lag: de Hoge Berg. In de loop der tijd verlegden zeestromen, zandbanken en duinen zich met grote regelmaat. Er was voortdurend sprake van duinvorming en duinafslag, totdat de mens de duinen grotendeels vastlegde.
Als een stuk strand door een rij nieuwe duinen niet meer onder directe invloed staat van de zee, raakt het begroeid en wordt het een zogenaamde jonge duinvallei. Deze zijn beroemd om hun bijzondere plantengroei. Een duinvallei in deze vorm blijft zo’n 20 jaar bestaan. In de loop van de tijd ontstaat door plantenafval een humusrijke laag op de zandbodem. Daardoor wordt een jonge duinvallei onvermijdelijk een oudere duinvallei, met heel andere planten. Als zo’n vallei nog veel ouder wordt, spoelt de regen alle mineralen uit de bovenste zandlaag en ontstaat een zure, voedselarme grond waar eigenlijk alleen heide kan groeien. De heidegronden op Texel zijn in ieder geval ouder dan 200 jaar.
Invloed van de mens
Mensen hebben een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van het landschap en de natuur in de Texelse duinen. Een groot deel van de duinen is gevormd door de aanleg van stuifdijken op het strand. Zo is in de 17e eeuw de Zanddijk tussen Texel en Eierland aangelegd en later westelijk daarvan nog meer zanddijken, waardoor De Muy en De Slufter konden ontstaan. De Mokbaai, de Horsmeertjes en de Kreeftepolder zijn ook door de aanleg van zanddijken ontstaan. Eind 19e eeuw werd de Moksloot gegraven om het zuidelijke duingebied te ontwateren voor de landbouw. Ook de aanleg van duinweiden en het aanplanten van bos heeft grote invloed gehad. Bovendien zijn dieren (bijvoorbeeld konijnen, katten en fretten) en planten (bijvoorbeeld sneeuwklokjes en bosanemonen) van elders ingevoerd.



