Minislakjes in de Slufter

30 oktober 2018

Het is altijd leuk langs de vloedmerken van de Slufter te lopen. Er spoelt van alles aan: wieren, veren, zaden, restanten van planten uit de Slufter en opvallend veel kleine fraaie slakkenhuisjes: de muizenoortjes. Kijk maar goed: eerst zie je er misschien eentje en dan plotseling tientallen op korte afstand van elkaar, vertelt boswachter Dick.

Deze muizenoortjes danken de naam aan de druppelvormige opening (het ‘muizenoortje’) van het slakkenhuisje. In deze opening zijn twee tandvormige plooien te zien.

Grazertjes tussen het lamsoor

Muizenoortjes leven tussen lamsoor, zeeaster en zoutmelde die af en toe overspoeld worden door het zoute zeewater. Ze grazen de bodem af op zoek naar kiezelwieren. Deze algen leven tussen en op de bovenste zandkorrels. Muizenoortjes hebben longen. Het zijn eigenlijk landslakjes die voor hun eitjes zeewater nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen.

Soms graven deze slakjes zich in; zo niet dan kunnen ze meegevoerd worden door hoog water. Tijdens een storm worden de slakjes dan gedeponeerd in het vloedmerk. Het afgelopen jaar zijn er tijdens de warme zomer erg veel slakjes geboren: het vloedmerk ligt er op dit moment vol mee.

Foto: muizenoortjes in het vloedmerk (Dick Schermer)

Wadslakjes

In de kreken, tussen het zeekraal en op de slikvlaktes van de Slufter komen ook ‘wadslakjes’ voor. Deze slakjes zijn waarschijnlijk de talrijkste dieren van de Waddenzee. Ze grazen op kiezel- en kalkwieren op de wadbodem maar worden ook vaak tussen zeesla en op zeekraal gevonden. Mogelijk grazen zij de aangehechte algen af.

Bij eb graven de wadslakjes zich in. De fijne kruipsporen zijn dan op de slikbodem als kronkelige lijntjes zichtbaar. Veel vogels eten deze kleine stevige slakjes. Zo slobberen bergeenden ze massaal naar binnen. Hierdoor zijn er zoveel bergeenden in het Waddengebied.

Af en toe stijgen wadslakjes met een luchtbel naar de oppervlakte en laten zich met de getijstroom meevoeren naar een andere plek. De pasgeboren larven zweven enige tijd als plankton rond voordat ze zich vestigen op de bodem. Toch tref je bijna nooit een wadslakje in het vloedmerk aan: De slakjes zijn echte zeeslakken en hebben kieuwen. Wel spoelen lege huisjes bij elkaar op rustige delen van de Sluftergeul.

Zee- noch zoetwaterslak

Een derde slakje komt ook massaal in de Slufter voor op de plekken waar het zoutgehalte niet zo hoog is. Dat kan zijn op plekken waar zoet water het gebied instroomt zoals bij de kreek uit de Muy aan de zuidzijde en op het begin van het fijnmazige krekenstelstel waar vaak regenwater binnenstroomt. Het is een slakje met opvallend bolle windingen en wordt dan ook vrij bombastisch ‘opgezwollen brakwaterhorentje’ genoemd. Dit slakje komt op Texel veel voor in binnendijkse wateren waar het water brak is.

Volg de blogs van boswachter Dick op www.boswachtersblog.nl/texel